Geschiedenis van Bier

Bier is al heel erg oud, vermoedelijk werd er al in 4000 jaar voor christus bier gedronken door de Sumeriërs een volk dat in Mesopotamië leefde. Dit bier verschilde nog heel erg van het bier dat nu wordt gedronken. Men bakte een brood van "emmer", een soort tarwe. Na het bakken was het aan de buitenkant gaar maar van binnen nog week. De binnenkant van het brood stopte men in water waardoor het ging gisten. Soms werd ook nog honing en kruiden toegevoegd om het lekkerder te maken. Later, zo’n 3500 jaar voor Christus werd er ook bier gemaakt in Egypte. Het bier was meer voor mensen van hoge stand. Zij kregen naast eten verschillende soorten bier mee in hun graf voor het leven na hun dood. Daar is men achter gekomen door opgravingen. Het is echter niet bekend hoe men bier brouwde. Na de Egyptenaren kwamen de Grieken en Romeinen. Zij namen bier mee tijdens hun ontdekkingsreizen door de Germaanse gebieden. Dat bier werd nog erg primitief gebrouwen. Het werd meestal door de vrouw gemaakt van eenvoudige producten(de man was op jacht). Na deze periode van thuisbrouwen kwamen er pas echte ambachtelijk brouwerijen in de tijd van Karel de Grote. Eerst nog alleen in kloosters, maar later ook in de steden. Rond 1300 kwam er een verandering in het bier dat in Nederland gedronken werd. Uit Duitsland werd hopbier geïmporteerd. Dat bier leek veel op het bier dat we nu drinken. Voor die tijd werd er niet hop aan het bier toegevoegd, maar gruit. Gruit was een soort conserveringsmiddel en werd gebruikt om het bier “af te maken”. Hop verving dit gruit. Hierdoor kreeg het bier een meer bittere smaak en dat is ook tegenwoordig nog de standaard.

 

 

 

 

 

 

 

Ontwikkeling van Bier.

Tijdens de Middeleeuwen was het drinkwater in de steden ernstig vervuild, men ontdekte dat het bier minder schadelijk was dan het drinkwater. Dit kwam omdat het bier werd gekookt, daardoor gingen de ziektekiemen in het water dood. Naast deze reden steeg het bierverbruik door de vele feestdagen en het eetpatroon van de gemiddelde middeleeuwer. Men had gewoon veel dorst en bier is erg dorstlessend.

Na de middeleeuwen, in 1700 daalde het bierverbruik, dit kwam vooral doordat mensen nu ook koffie en thee konden gingen drinken. Ook werd de kwaliteit van bier steeds slechter doordat het drinkwater nog slechter werd(water de is belangrijkste ingrediënt van bier). Deze 2 dingen samen met de hoge accijnzen op bier maakte dat vele brouwerijen niet konden blijven bestaan. 

Rond 1850 veranderde er veel op het brouwgebied, men ging van bovengisting naar ondergisting (zie gisting). Belangrijk bij deze verandering was de uitvinding van de koelmachine, want laaggistende bieren moesten veel langer lageren(rijpen). Bier dat gemaakt is met ondergisting is wat we tegenwoordig pils noemen. Het leidde ook tot specialisatie, het was namelijk niet mogelijk om laaggistend en hooggistend bier in 1 brouwerij te brouwen. De kans op verzuring en infecties is dan erg groot. Eind 19de eeuw steeg door de veranderingen en de toenemende welvaart in Nederland weer het aantal brouwerijen. Deze stijging werd teniet gedaan door de oorlogen en de recessies tussen 1918 en 1945. Na de Tweede Wereldoorlog fuseerden vele kleine brouwerijtjes tot grote brouwerijen. Daardoor kwam er minder variatie in de bieren. De laatste tijd gaat het echter weer beter, er worden weer steeds meer speciaalbieren geproduceerd.

 

Naar boven | Gudo Hartog | Rens Baltus | ©2004 Bierbrouwen